Overslaan naar inhoud
Nederlands
  • Er zijn geen suggesties want het zoekveld is leeg.

Beep for Help in de media: Superhelper Paul  

Je kunt Beep for help regelmatig vinden in de media, zowel on als offline

 

Beep for Help staat regelmatig in diverse media. Het verhaal van Superhelpers maakt vaak mooi duidelijk waar we als Beep for Help voor staan. Ook hebben Superhelpers zeer diverse achtergronden. Lees hier het interview met Superhelper Paul over zijn hulpvrager mevrouw Weitjens. Het stond in het Parool en zorgde voor heel veel enthousiaste reacties. 


  

2 (1) paul vos 1

3 (1) paul vos 2

Lees hier de tekst uit het artikel:

‘Contact maak ik nu met een stofzuiger in de hand’
Paul Vos: “Ik zei dat ik zelf ook al wat ouder ben, maar ik kon toch binnen de kortste keren aan de slag.” Door Dingena Mol

Nadat Paul Vos (74) vier jaar geleden stopte met zijn werk als strafrechtadvocaat, meldde hij zich aan bij de organisatie Beep for Help. Nu bouwt hij een band op met ouderen die hij helpt in het huishouden, in plaats van met cliënten in de gevangenis.

Het is een zonnige dag en dus is Paul Vos op de motor gekomen, vanuit Zuid naar het huis van Gertrude (92) in Noord. In haar ruime, lichte woning vol boeken, planten, foto’s en kunst helpt hij haar een handje met het huishouden. Gertrude heeft een lijstje gemaakt met dingen die hij vandaag voor haar kan doen. Ze leest de taakjes voor vanuit haar gemakkelijke stoel; lopen gaat niet meer zo goed sinds ze tien jaar geleden haar heup brak. “Vandaag kun je voor me stofzuigen, het klokje bij het bed repareren, de planten water geven, afwassen.” Vos werkt voor Beep for Help, een organisatie die hulp aanbiedt bij het huishouden, van schoonmaken en boodschappen doen tot kleine klussen.

Vroeger was Gertrude maatschappelijk werker en relatietherapeut in de ggz. Ze verhuisde drieëndertig jaar geleden van een flat in Zuidoost naar deze flat in Noord, waar ze altijd alleen heeft gewoond. Sinds het ongeluk met haar heup heeft ze steeds vaker hulp nodig in en om het huis. “Mijn zus, die niet in Amsterdam woont, stuitte in de lokale krant op een advertentie van Beep for Help. ‘Dat gaan we voor jou doen!’ zei ze. Ik abonneerde me en toen ik hulp nodig had bij het nakijken van mijn rollator kwam Paul langs, dat is nu anderhalf jaar geleden. Sindsdien komt hij een keer in de week, twee uur. Hij helpt mij dan bij alles wat ik hem vraag. Van het schoonmaken van het balkon tot het malen van mijn maaltijden, want kauwen lukt me niet meer. Af en toe gaan we even naar buiten, wandelen in het parkje om de hoek, ik in mijn rolstoel. Het voelt inmiddels heel vertrouwd als hij er is. Ik heb fantastische buren en ik heb Paul die me overal bij helpt; voor mijn leeftijd mag ik niet mopperen.”

Dunnere spoeling
Gertrude houdt van puzzelen. Op de ronde tafel ligt een grote puzzel uitgestald. “Paul neemt vaak een nieuwe, bijzondere puzzel voor me mee. Op een van zijn puzzels heb ik meer dan veertien dagen geploeterd!”

Voor Vos is het werken in het huishouden een omslag, na een carrière van bijna veertig jaar als strafrechtadvocaat in Amsterdam. “Ik had als advocaat door kunnen blijven werken tot mijn dood, maar drie jaar geleden verhuisde het kantoor waar ik werkte, de concurrentie onder strafrechtadvocaten werd alsmaar groter en de spoeling werd dunner; ik kreeg minder zaken. Dat was voor mij een mooi moment om te stoppen.”

Geraniums heeft hij niet, maar anders was hij er ook zeker niet achter gaan zitten, zegt Vos. “Ik wilde graag maatschappelijk betrokken blijven, dat lukt niet met alleen maar een potje golfen en tennissen.” Op Facebook zag hij een advertentie van Beep for Help. “Ouderen helpen met klusjes, dat sprak me wel aan. Ik heb ze gebeld en zei dat ik zelf ook al wat ouder ben, maar ik kon toch binnen de kortste keren aan de slag.”

Parallellen met zijn werk als advocaat zijn er zeker, zegt hij. “Als advocaat had ik ook persoonlijk contact met mijn cliënten, ik sprak over hun persoonlijke situatie en stond ze bij. Dat doe ik nu ook, alleen dan met een stofzuiger of een schroevendraaier in mijn hand, in plaats van met een pleitnota.”

Moordzaak
Begin jaren tachtig rondde Vos, na een korte loopbaan bij de sportfederatie NOC*NSF, zijn studie rechten af. “De sportwereld bleek niks voor mij, er werd te veel vergaderd en er werden te weinig beslissingen genomen.” Als advocaat specialiseerde hij zich al snel in strafrechtzaken, van winkeldiefstal tot moordzaken. Een van zijn meest spraakmakende zaken is de verdediging van de destijds zestienjarige Nico B., die de vijftienjarige Antilliaanse Kerwin Duinmeijer doodstak met een mes na een ruzie in een shoarmazaak in de Damstraat. De zaak zou later de geschiedenis ingaan als de eerste racistische moord in Nederland, en wordt nog jaarlijks herdacht.

Vos denkt daar als advocaat van Nico B. anders over: “Nico nam het vlak voor de vechtpartij nog op voor de Turkse eigenaar van de shoarmazaak toen de man racistische opmerkingen naar zijn hoofd geslingerd kreeg. Hij was zeker geen lieverdje, maar dat waren al die jongens niet. Er ontstond een vechtpartij waarbij Nico B. een mes in handen kreeg en stak. Kerwin is gaan rennen en verloor veel bloed; een taxichauffeur die hij om hulp vroeg, wilde hem niet naar het ziekenhuis brengen. Het is een uit de hand gelopen vechtpartij van jongens met een tragische afloop, oordeelde destijds ook de kinderrechter. Er was geen sprake van een bewuste racistische moord, maar ook als het wel zo was, had ik hem kunnen verdedigen. Dat was mijn werk als advocaat.”

“‘Hoe kun je dit soort mensen verdedigen?’ – die vraag kreeg ik de afgelopen decennia veelvuldig gesteld,” zegt Vos. Standaard kroegpraat, vindt hij. “Mijn antwoord is altijd geweest dat je mensen op grond van de feiten moet veroordelen en vervolgens een passende straf moet vinden, niet meer dan wat redelijk is. Nico B. zat zijn jeugddetentie uit, daarna is het nooit meer helemaal goedgekomen met hem. Hij had natuurlijk geen hoge populariteitsscore. Ik sprak hem nog weleens op het Waterlooplein, waar hij spullen verkocht.”

Straatroven en dealers
De sfeer op het politiebureau en de rechtbank heeft Vos zien veranderen sinds zijn start als advocaat. “In de jaren tachtig had je nog een paternoster op het hoofdbureau, een lift die voortdurend doordraait; je stapte in en stond op de juiste afdeling, waar je een praatje maakte met een rechercheur. Tegenwoordig is alles dichtgetimmerd. Je moet je aanmelden met pasjes en een rechercheur krijg je niet zomaar meer te spreken. In de tijd dat ik begon als advocaat was er veel drugsproblematiek; de Zeedijk was een no-go area vol heroïnedealers en junks. Ik deed veel straatroven, dealers, maar ook winkeldiefstallen; een scholier die een lippenstift had gestolen. Ieder politiebureau had een aantal cellen, ook een klein bureau zoals de Balistraat; tegenwoordig zijn alle cellen verdeeld over drie locaties, het is allemaal veel formeler geworden. Net als de criminaliteit, die is ook veel zakelijker en harder geworden.”

Als advocaat was hij de vertrouwenspersoon van zijn cliënten, maar daarbij overschreed hij geen grenzen. “Ik bezocht ze in de gevangenis en bouwde vaak een goede band met mensen op, maar als ze mij gecodeerde boodschappen wilden laten doorgeven aan hun moeder – ‘De papegaai zit nog in de kooi’ – dan weigerde ik. Daar begon ik niet aan.”

Rolex af
Wel gaf hij ‘boefjes’ vaak de tip om hun gouden Rolex af te doen als ze de rechtszaal in wandelden, en om bij het bekennen van een daad ook spijt te betuigen. “Niet over het feit dat ze waren opgepakt, maar over datgene wat ze hun slachtoffers hadden aangedaan.” Jongens met een Marokkaanse achtergrond uit Nieuw-West vertelden hem hoe ze thuis in een compleet andere wereld leefden dan op straat. “Thuis hadden ze te maken met een zeer strenge vader en een moeder die nauwelijks buiten kwam, ouders die allebei geen Nederlands spraken. Op straat hadden ze het gevoel alles te kunnen doen wat thuis niet kon.”

Ook na bijna veertig jaar verveelde zijn werk hem nooit. “Ik bracht tijd door op kantoor met het voorbereiden van pleitnota’s, maar ik had vooral veel vrijheid. Ik ging op mijn fietsje de hele stad door, naar politiebureaus, de Bijlmergevangenis en de Koepelgevangenis, naar de rechtbank en het gerechtshof, toen nog op de Prinsengracht. De president van de Rechtbank in die tijd, Asscher, deed toen ook gewoon zelf nog kort gedingen; het was een heel andere wereld. Al las ik laatst in deze krant dat de nieuwe president van de rechtbank, Bart van Meegen, ook af en toe zelf familie- en jeugdzaken oppakt – dat is een goede ontwikkeling, zo hou je feeling met wat er speelt.”

Vos is klaar met de afwas. Gertrudes planten kunnen er weer even tegen, hij heeft het ophangsysteem ook nog even voor haar gerepareerd. Hoewel Vos zelf toch ook de pensioensleeftijd ruim is gepasseerd, is daar weinig van te merken. In een uur tijd heeft hij alles van het lijstje moeiteloos afgewerkt. Hij drinkt nog een kop koffie met Gertrude, spreekt de laatste nieuwtjes door, en stapt dan weer op de motor: vandaag helpt hij ook nog een cliënt aan de andere kant van het IJ.

Het werk als mantelzorger is misschien minder spannend of intellectueel uitdagend, zegt Vos. “Maar het geeft mij net zo’n dankbaar gevoel om iets te kunnen betekenen voor een ander.” Hij komt bij drie adressen wekelijks over de vloer. Naast Gertrude in Noord bezoekt hij een blinde dame die nog zelfstandig woont en een dame met afasie in een verzorgingstehuis. “De blinde mevrouw heeft weinig sociale contacten, ze komt nauwelijks nog de deur uit. Ik help niet alleen met klusjes maar ik neem haar ook mee naar buiten en praat met haar. Vijf à zes keer per week kom ik bij mensen thuis, ook voor losse klussen. Zoals laatst, toen ik een nieuwe kraan heb bevestigd bij een meneer thuis – voor zoiets kleins komt tegenwoordig geen loodgieter meer opdraven, dan kunnen wij uitkomst bieden. Op deze manier bezig blijven biedt mij voldoening.”